La Médiévale

29 juni 2013 - La Médiévale

"Ik doe graag nog een laatste grote inspanning voor mijn break", mailde Heidi. Die inspanning heeft ze ruimschoots gekregen in de Médiévale : 146 km op de planning, met 1800 meter klimwerk. Maar het viel nog straffer uit.

 

Start om 06.00 h aan de Ruiter, nadat Paul nog vlug zijn vergeten boterhammen ging ophalen. Nogal dubieus weer, met nu en dan een regenbui onderweg. Bij aankomst in de oude schoolgebouwen van "collège Saint-Paul" in Godinne meenden we dan ook bij de organisatoren een vreugdevolle blik te bespeuren omdat nog zes deelnemers arriveerden. Valse indruk, want op de parkeerplaats stonden toch al een 50-tal auto's. In elk geval, toen we rond 09.00h op de fiets sprongen, waren de regendruppels zo attent om zich even in te houden. Voor alle zekerheid trok iedereen toch een regenvestje aan, met of zonder mouwen. Langs de Maas ging het zuidwaarts, en vlak, voorbij de klimrotsen in Yvoir en langs de Bayard-rots in Dinant, waar helemaal geen toeristen te bespeuren vielen. Aan km 17 bogen we van de Maas weg, en kregen met de cöte d'Anseremme een eerste klim gepresenteerd, waarbij de ene klim na de andere volgde. Geen probleem voor Steven, en telkens ging Dieter hem vlotjes achterna. Bernard miste wellicht de nodige fietskilometers om de twee 'jonge gasten' bij te houden, en ik bleef wijselijk in zijn spoor: een oude rot in het vak kon mij strategisch nog iets leren. Heidi koos direct voor een kleine versnelling, maar met een hoge tredfrequentie bleef ze haar mannelijk gezelschap goed volgen. Paul had het opstaan om vijf uur moeilijk verteerd, zag ongerust zijn hartslag naderen tot zijn maximum, en hield zijn hart vast voor de 1500 hoogtemeters die nog te wachten stonden. De regenvestjes vlogen vlug in de volgwagen, bij Martine. Na 51 km kwamen we bij de eerste controlepost, waar men bijna ging opkramen. Toch werden we nog vriendelijk verwelkomd, in vrij goed Nederlands.

 

Verder doorheen de Ardense bossen - everzwijnen zijn ons niet voor de wielen gesprongen - langs kleine asfaltbaantjes. Heidi die verrukt was over de mooie Ardeense huizen. Ook wat wegenwerken. Maar na de fietstocht van Jûrgen had een afgeschaafd asfaltbaantje niets afschrikwekkends meer. Een plots verkeerslicht temidden van de bossen was wel een opvallende anomalie. En dan weer klimmen. Zonder woorden, luisterend naar het gehijg van elkaar.

Klimmen is lastig, maar daarna wacht je altijd een afdaling. Vliegen naar beneden, uiterst geconcentreerd om je bochten precies zo te nemen dat je, zonder in de remmen te gaan, zo recht mogelijk naar beneden doorglijdt. Dat laatste nam Dieter wat al te letterlijk op. Aan km 77 ging hij tegen de vlakte. Gelukkig enkel wat schaafwonden, maar een defecte rem, zodat Martine in de volgwagen gezelschap kreeg. Na weer een klimmetje kwamen we in Rochehaut. Even genieten op het 'balkon' met prachtig uitzicht op het schiereiland met Frahan, en antwoorden op de vraag van juf Heidi: de sterke kronkels in de Maas heten 'meanders'. Iedereen tien op tien.

 

Groot was onze verrassing toen we kort na de middag aankwamen in Alle, en langs de Semois verder reden langs Vresse, Membre en Bohan, recht Frankrijk in. Rondom nog de oude tabakdroogschuren en een bloeiend waterplantje overdekte de Semois op verschillende plaatsen met een wit tapijt. Maar niemand had tijdens de voorbereiding dit Frans uitstapje opgemerkt. Toen we wat later de routebeschrijving nakeken zagen we inderdaad dat we vanaf km 58 al een verkeerde weg aan het volgen waren : niet de 140 km, maar wel de 200 ! Daar werden we even stil van... We hadden nu ongeveer 101 km, en de routeplanner gaf ook als korste weg nog een 90km aan, ook via Givet. Alleen konden we hier en daar wat klimmetjes uit de 200 km-tour vermijden, zodat we niet zouden uitkomen op de daarbij horende 2107 hoogtemeters. Wat ontnuchterd vingen we de 'terugweg' aan, ondertussen vaststellend dat de controlepost in Monthermé al was opgedoekt, en we dus met wat minder foerage zouden moeten doen. Een lange klim van 8 km, tot het hoogste punt van de route, op 492 m, was er voor Paul te veel aan : hij ging Martine en Dieter vergezellen in de volgwagen. Met z'n vieren reden we nu verder, langs wat grotere banen, maar wel tegen wind. Genoeg voor Bernard om terug te vallen om een oude krijgslist : we zouden de volgwagen inzetten als derny. En zo eindigden we de laatste 30 km. Behalve Steven, die af en toe nog voor de derny uit reed. Ook de derde controlepost misten we, maar gelukkig had Martine ondertussen zelf voor wat bevoorrading gezorgd. Wat een volgwagen al niet waard is !

 

Terug in Godinne boften we toch dat de startplaats nog geopend was, met douche én bar. Een 'Médiévale' (bruin bier uit de streek van Bouillon) kregen we niet aangeboden, maar de Rochefort smaakte toch. Rond 21.15 h arriveerden we terug in de Nieuwe Ruiter. Het was een heuglijke dag: 190 km, en een 1750 hoogtemeters, maar al met al viel het weer behoorlijk mee, en we hadden geen enkele lekke band ! "In elk geval ga ik mijn vakantie in Griekenland wel verdiend hebben" zei Heidi nog. Ze arriveerde wel rijkelijk te laat op haar personeelsfeest, die avond.

 

Peter Bleyaer

Copyright © KSWB Roeselare